EU versus VS-technologieregulering: een steeds groter wordende kloof

21

De relatie tussen de Europese en Amerikaanse benadering van digitale regulering wordt steeds meer gespannen, gekenmerkt door wederzijdse frustratie en het mislukken van zinvolle samenwerking. Terwijl Amerikaanse stemmen het wetgevingskader van de Europese Unie vaak bekritiseren als een inbreuk op de vrijheid van meningsuiting, doen de Europeanen deze zorgen grotendeels af als irrelevant voor hun eigen soevereiniteit en consumentenbescherming. Dit is geen debat over abstracte principes; het gaat over macht, markten en de toekomst van internet.

Waarom de botsing ertoe doet

De kernspanning komt voort uit fundamenteel verschillende filosofieën. De Verenigde Staten geven prioriteit aan een wereldwijd universele gebruikerservaring voor digitale platforms, wat betekent dat EU-regelgeving rechtstreeks van invloed is op de manier waarop Amerikaanse bedrijven wereldwijd opereren. De EU bevestigt ondertussen haar recht om regels te definiëren die de Europese waarden en behoeften weerspiegelen binnen haar consumentenmarkt van 450 miljoen. Dit gaat niet alleen over digitaal beleid; het gaat over het ‘Brussels-effect’, waarbij EU-regelgeving mondiale normen wordt en internationale technologienormen vormgeeft.

Dit is van belang omdat: de ambitie van de EU om mondiale regelgeving vorm te geven, gecombineerd met de technologische concurrentie van de VS met China, transatlantische wrijving onvermijdelijk maakt. Amerikaanse bedrijven zijn bang voor overregulering, terwijl Europeanen erop staan ​​hun eigen voorwaarden te bepalen.

De ineenstorting van de dialoog

Pogingen tot samenwerking, zoals de handelsovereenkomst tussen de EU en de VS, mislukken herhaaldelijk vanwege hardliners aan beide kanten die profiteren van het conflict. In Europa verdedigt een gevestigde regelgevende industrie de bestaande regels, terwijl sommige Amerikaanse stemmen zich bezighouden met onproductieve anti-EU-retoriek, waardoor de spanningen verder toenemen. Deze cyclus van escalatie overschaduwt de gematigden die de wederzijdse voordelen van partnerschap erkennen.

Het EU-perspectief: soevereiniteit en lokale behoeften

Europeanen negeren niet simpelweg de Amerikaanse constitutionele argumenten; ze beschouwen ze als grotendeels irrelevant. Een grote interne markt heeft het recht om zijn eigen regels te bepalen, en de EU gelooft dat zij over de macht beschikt om dat te doen. Binnen de EU verlopen de veranderingen echter traag en moeizaam. De Commissie stuit zelfs op weerstand van degenen die de noodzaak van vereenvoudiging onderkennen, aangezien machtige belangen afhangen van de complexiteit van de bestaande regelgeving.

Het Amerikaanse perspectief: mondiaal bereik en invloed

Het Amerikaanse perspectief wordt gedreven door de impact van de EU-regels op mondiale platforms. Amerikaanse bedrijven zijn bezorgd dat de Europese wetgeving innovatie zal verstikken en de vrijheid van meningsuiting voor gebruikers wereldwijd zal beperken. De dubbelzinnigheid van sommige EU-regelgeving vergroot de onzekerheid, waardoor er een voortdurende staat van regelgevende schemering ontstaat.

Het grotere plaatje: onderlinge afhankelijkheid en strategische belangen

Beide partijen moeten erkennen dat geen van beide in een vacuüm opereert. Een blanco ontkoppeling is onrealistisch in een onderling verbonden wereldeconomie. De rest van de wereld kijkt toe en sommige landen profiteren van de transatlantische machtsstrijd. Het strategische belang op lange termijn voor zowel de VS als de EU ligt in een duurzame dialoog, en niet in grootsheid.

De meest logische handelwijze op dit moment is op de lange termijn denken – uitzoomen om het technologiepartnerschap tussen de EU en de VS te beoordelen in de context van partnerschappen tussen bijvoorbeeld China en Rusland, en grootse uitspraken met een korreltje zout nemen.

De huidige impasse is onhoudbaar. Beide partijen zullen nog meer verliezen als betekenisvolle samenwerking verder wordt uitgesteld. Een pragmatische aanpak, gericht op wederzijdse belangen in plaats van ideologische botsingen, is essentieel voor het navigeren door de toekomst van digitale regulering.